Berry van Egten 
©
Berry van Egten 
©
Berry van egten 
©
Berry van Egten 
©

Elke ruimte verdient zijn eigen lichtplan. Maar voordat je een lichtplan gaat opstellen, is het belangrijk dat je op de hoogte bent van een paar basisprincipes. Lichtontwerper Berry van Egten, van Berlux lichtarchitectuur, kan je daar alles over vertellen. Berry is per toeval de lichtwereld ingerold, maar hoort na 20 jaar tot een schaars clubje professionele, onafhankelijke lichtontwerpers. 

Drie invalshoeken van verlichting

Bij elk lichtplan zijn er een aantal basiszaken waar je aan moet denken. Ten eerste de verschillende invalshoeken van licht. Ten eerste heb je het basislicht. Met dit licht toon je de ruimte en laat je de vormen zien. In principe is het een waasje van licht waardoor je de ruimte goed kan zien. 

Daarnaast heb je functioneel licht. Hiervan kennen we twee soorten; actief en passief licht. Bij actief licht is het aangepast op de activiteit. Denk aan het lezen van je boek of het kijken van tv.  

Bij passief licht gaat het om delen van je huis of interieur die je extra belicht wilt hebben. Bijvoorbeeld het belichten van een mooi schilderij. Ten slotte hebben we nog het sfeerlicht wat uiteraard bedoeld is om een goede sfeer te creeëren in huis. 

Directe of indirecte verlichting 

Dit onderscheid is makkelijk te maken. Bij directe verlichting verlicht je een object of deel van de ruimte via een directe lichtbundel. Teveel van dit soort verlichting maakt de ruimte klein. Bij een indirecte verlichting weerkaatst het licht via een oppervlakte waardoor weer licht ontstaat.  

“Psychologisch vindt bijna iedereen het fijn om een lichtgevend plafond te hebben. Je kan een lichtbundel op je plafond laten schijnen, waardoor het in zijn geheel mooi oplicht”, aldus Berry.   

Drie dimensies

Berry werkt veel samen met architecten en zij denken in drie dimensies; lengte, breedte en hoogte. Daarachter wordt er nog eentje gepropt, namelijk licht. Berry is het niet helemaal eens met deze vierde plaats:

"In mijn ogen is licht de eerste dimensie. Doe het licht maar eens uit, dan zie je helemaal niets en vallen de eerste drie dimensies dus weg"
Berry van Egten 
©
Piet Boon 
©

Eigen lichtplan opstellen

Nu is het tijd voor het opstellen van je eigen lichtplan. Deze kan je, met de basisprincipes ‘voor ogen’ prima zelf maken. Begin met het maken van een schets en van daaruit maak je een lichtvlekkenplan.  

“Dit is een plan dat bestaat uit drie elementen; licht, kleur en schaduwontwerp. Denk vervolgens heel goed na wat je wilt! Inventariseer goed. Hoe leef je? Hoe is je gezinssamenstelling? Heb je hobby’s? Waar ga je eten, zitten, lezen?” 

Tip!
Berry van Egten: “Als je 50 jaar bent, heb je driemaal zo veel licht nodig om dezelfde taak uit te voeren, als iemand van 20 jaar. Houd hier rekening mee bij je ontwerp!”

Tot slot nog een tip van de expert: “Begin op tijd met je lichtplan! Sommige mensen wachten te lang en daardoor gaat het uiteindelijk alleen maar meer kosten. Een spotje wegwerken in je plafond gaat dan namelijk niet meer zo makkelijk. Of je haalt het plafond nog een keer open of moet een duurdere en mooier vormgegeven armatuur (de lamp zelf) kopen.” Wil je meer weten over dit onderwerp en je kennis omtrent licht wat opschroeven, ga dan naar een workshop of cursus van de lighting design academy.  

Verdelen in ruimtes

Je woonkamer kun je onderverdelen in de volgende ‘subruimtes’.  Zo heb je de bank, de tv-hoek en de eethoek. Berry van Egten geeft wat slimme tips: “Denk bijvoorbeeld  goed na wat je op welke plek wilt gaan doen. Op de bank wil je bijvoorbeeld lekker onderuit hangen, maar het is ook fijn als je daar een goed boek kan lezen.”  Laten we beginnen bij de basis. Zorg ervoor dat de woonkamer goed basislicht heeft: “Dit licht is er om de ruimte te tonen. Hierdoor komen de vormen goed naar voren.”  Daarnaast moet je nadenken waar je functionele verlichting en sfeerverlichting wilt hebben.