symbool_partnershipwoordenboek_0803

Begrippenlijst hypotheken

Het afsluiten van een hypotheek kan allerlei vragen oproepen over zaken waar je misschien nog nooit van hebt gehoord. Deze begrippenlijst geeft je alle hypotheekinformatie die je nodig hebt.
 

Aankoopwaardegarantieverzekering: Een verzekering tegen het risico dat je huis minder waard wordt. Afkoopwaarde: Dit is het bedrag dat je krijgt wanneer je tussentijds je levensverzekering beëindigt. Aflossingsschema: Een schema waarin je kunt zien hoe de aflossing van jouw schuld is opgebouwd.

Afsluitkosten: Alle kosten die je maakt bij het afsluiten van een hypotheek. Je betaalt deze aan de bank of de hypotheekverstrekker.
Afsluitprovisie: Een percentage (meestal 1%) van het hypotheekbedrag dat je betaalt aan de bank of hypotheekverstrekker.
Antispeculatiebeding: Een voorwaarde die de gemeente of de vorige eigenaar stelt om te voorkomen dat een huis uitsluitend wordt gekocht om het vervolgens met winst te verkopen. Er wordt afgesproken dat je bij verkoop een gedeelte of de totale winst afstaat aan de verkopende partij.

Boeterente: Boeterente is een bedrag dat je moet betalen wanneer je meer geld aflost tijdens de rentevaste periode, bijvoorbeeld om de hypotheek over te sluiten.
Boetevrije aflossing: Bedrag dat je jaarlijks extra mag aflossen zonder dat je er boeterente over betaalt. Bouwdepot: Van een bouwdepot is eigenlijk alleen sprake als je een nieuwbouwwoning koopt. De hypotheek wordt bij aankoop in een bouwdepot geplaatst. Uit het bouwdepot worden vervolgens weer de termijnbedragen betaald.

Dagrente: De rente die geldt op de dag dat de hypotheek wordt afgesloten of wanneer je je hypotheek oversluit. Effectieve rente: Het rentepercentage dat je elke maand daadwerkelijk betaalt over je hypotheek.
Eigen middelen: Geld dat je zelf bezit om beschikbaar te stellen voor de woning.
Eigenwoningforfait: Dit is het bedrag dat wordt gevormd door de denkbeeldige inkomsten uit je eigen woningen. Je moet dit bedrag optellen bij je inkomen als je belastingaangifte doet.

Executiewaarde: Wanneer een huis gedwongen wordt verkocht, is er sprake van executiewaarde. Bij een bestaande woning is de executiewaarde meestal 80 tot 85% van de geschatte waarde bij vrije verkoop.
Financiële bijsluiter: In een financiële bijsluiter vind je de belangrijkste informatie over een financieel product. Er staat duidelijk in uitgelegd wat het product is, wat de kosten zijn, de risico's die eraan zijn verbonden en wat het product op kan brengen.
Huurbeding: Een verbod van de geldgever aan de geldnemer om de woning waarop de hypotheek is afgesloten te verhuren.
Koop- of aanneemsom: Het bedrag waarvoor een nieuw gebouwde woning wordt verkocht.

 

Kosten koper: Onder de noemer kosten koper vallen alle kosten die je als koper moet betalen bij de overdracht van een huis. Denk aan de overdrachtsbelasting, notariskosten, hypotheekakte, afsluitprovisies, taxatiekosten en makelaarscourtage. Het tegenovergestelde van kosten koper is ‘vrij op naam’. 
Makelaarskosten: De makelaar brengt bij de aankoop of verkoop van de woning een bedrag van 1 tot 2% in rekening.
Nominale rente: De rente per jaar, zonder berekening van het verschil dat optreedt doordat je maandelijks aflost. 
Notariskosten Kosten: die de notaris rekent voor het opstellen van de hypotheekakte en de overdrachtsovereenkomst.

Oversluiten: Het besluit om een andere hypotheek te nemen op basis van betere voorwaarden of een lagere rente. In dat geval lost de nieuwe hypotheek de vorige af. Overwaarde: De overwaarde is het verschil tussen de actuele marktwaarde van een huis en het restantschuld van de hypotheek. De overwaarde wordt vaak als uitgangspunt gebruikt voor het afsluiten van een tweede hypotheek of het verhogen van de hypotheek. 
Passeren hypotheek: Het passeren van de hypotheek is het moment dat je de hypotheekakte tekent bij de notaris. Rentebedenktijd: Tijdens de rentebedenktijd kun je zelf bepalen op welk moment je de rente vastzet. Deze periode kan zijn vlak nadat je je hypotheek hebt afgesloten, maar ook kort voordat de rentevaste periode afloopt.

Rentemiddeling: Voor het verhogen van de hypotheek, een verhuizing of verbouwing wordt een nieuw rentepercentage vastgesteld. Hierbij wordt het gemiddelde genomen van de huidige rente en de marktrente. 
Rentevastperiode: In de rentevastperiode staat de rente van je hypotheek vast. De lengte van deze periode leg je vast als je de hypotheek afsluit. 
Variabele rente: Wanneer je ervoor kiest om een hypotheek af te sluiten met een variabele rente, heb je geen rentevastperiode. Je betaalt dus een variabele rente. Het enige dat je bepaalt, is of de rente per dag, maand, kwartaal of halfjaar wordt vastgesteld.

Vrij op naam (v.o.n.): Wanneer je een huis vrij op naam koopt (meestal een nieuwbouwwoning), wil dat zeggen dat  de overdrachtskosten bij de koopsom zijn inbegrepen. Je ziet dan de afkorting v.o.n. achter de vraagprijs staat. WOZ-waarde: Deze waarde is bepaald door de overheid volgens de Wet Waardering Onroerende Zaken. Deze waarde heb je nodig om het eigenwoningforfait vast te stellen.