Hollandse bouwstijlen op een rij

Wat heeft Nederland aan architectuur te bieden?  Van Oudhollandse monumenten tot moderne villa’s. Van landelijke boerderijen tot statige herenhuizen. Iedere stijl heeft zijn charme.

 

 

Arbeiderswoning

Vaak kleine woningen in buurten niet te ver van (voormalige) fabrieken.  


Boerderij 

De ontdekking in de tweede helft van de twintigste eeuw voor het wonen in een landelijke omgeving, maar de tijd dat boerderijen voor een appel en een ei te koop stonden, is voorbij. Ze zijn er wel, nog steeds geven dagelijks enkele boeren hun bestaan op.  


Bungalow

Maakte zijn opmars in 1960/1970. Een bungalow bestaat in zijn geheel uit één woonlaag. Als er een tweede woonlaag is (één extra kamer) heet het een semi-bungalow. Tegenwoordig staan bungalows vaak in vakantieparken. 

 

Chalet

Oorspronkelijk een houten berghuis. In Nederland zijn weinig huizen met chaletkenmerken gebouwd (houten gevels en veranda's). Meestal gaan houten tuinhuizen door voor chalet.  


Doorzonwoning

Een woning met een woonkamer van voor tot achter. De kamer heeft dan ook ramen aan twee zijden, waar de zon door schijnt.  


Duplexwoning

Een huis dat geschikt is voor zelfstandige bewoning door twee gezinnen. Er kan ook eenvoudig één woning van gemaakt worden.  


Flat

Een flat bestaat uit woonlagen van meerdere woningen. Is er een galerij, dan heet het een galerijflat. Zonder galerij is het een portiekflat.


Visserswoningen

Net als arbeiderswoningen kleine huizen. Visserswoningen zijn in trek door hun gunstige locatie in de buurt van de zee. 


Wild-wonen-woning

Tegenhanger van Vinex. Niet de staat maar de particulier bepaalt het ontwerp. Almere is de hoofdstad van het wilde wonen. 


Woonboot

Een boot als woonhuis met een vaste ligplaats. Dat kan een ponton zijn met een huis erop maar dat mag ook een zeilschip zijn. Een woonboot is in ieder geval niet meer bedoeld om mee te varen.  


Woonwagen

Eventueel op wielen, maar wat voor een woonboot geldt, geldt ook voor een woonwagen. Hij is niet bedoeld om er mee te gaan rijden.   

 

Grachtenpand

Een grachtenpand moet echt aan een gracht liggen. Toen begin vorige eeuw grachten werden gedempt, verloren veel huizen hun romantische benaming. Een grachtenpand is meestal oud, diep en hoog. En ook gewild en prijzig.  

Hofjeswoning

Ook de hofjeswoning, vroeger het onderkomen van jonge dames, nonnen of weeskinderen, is gewild omdat zij meestal afgeschermd is van de straat en een oase van rust vormt. Hofjes zijn vaak gemeenschappen op zich.  


Herenhuis

Een herenhuis mag pas een herenhuis genoemd worden als er twee volledige woonlagen zijn en daarboven een zolder. Hij komt in rijtjes voor maar ook vrijstaand. Ook nieuwe huizen worden als herenhuis te koop aangeboden. Dat geeft aan dat er veel woonruimte is. De benaming herenhuis verwijst naar zijn vroegere bewoners, heren met geld. De naam geeft het huis meteen meer status.   


Kasteel

Sommige kastelen in Nederland worden particulier bewoond. Stond dertig jaar geleden af en toe een kasteel voor één gulden te koop (niet de aanschaf maar het onderhoud kostte een vermogen), tegenwoordig is alles wat op een kasteel lijkt in handen van stichtingen die er soms appartementen voor de verhuur van maken.  


Kerk

Kerk, pakhuis, school, fabriek, molen, bunker,koetshuis. Allemaal woonplekken die in de categorie tweede gebruik vallen. Aangezien het meestal om behoorlijk grote gebouwen gaat, worden hier vaak appartementen gebouwd.  


Landhuis of villa

Een luxe woning in een ruime tuinomgeving. Werden landhuizen oorspronkelijk omringd door landgoederen, later werden die landgoederen langzaam volgebouwd met nog meer (kleinere) landhuizen. Nieuwe villawijken bestaan ook uit villa's maar die worden er vaak afgewisseld met luxe woningen.   


Loft

Eén grote ruimte waarin zich alle functies in huis bevinden, van woonkamer tot badkamer. Lofts zijn vooral te vinden in voormalige industriële gebouwen, fabriekshallen en pakhuizen.  


Maisonnette

Zodra een woning meerdere woonlagen heeft, zonder andere kenmerken, is het een maisonnette. 


Monumentenpand

Vaak grote, statige panden met een bijzondere architectonische waarde in de stad, maar er zijn zo ook boerderijen die tot ons erfgoed behoren. Ze worden beschermd door het Rijk, provincie of de gemeente. Voordeel van zo'n bescherming zijn de subsidies voor onderhoud. Nadeel is de 'onvrijheid' bij verbouwingen. Monumenten zijn meestal gebouwd in een herkenbare stijl.  


Penthouse

De bovenste verdieping van een appartements- of flatgebouw. Meestal in architectuur en in prijs volledig afwijkend van de overige appartementen.  


Portiekwoning

Meerdere woningen die rond een gemeenschappelijk trappenhuis zijn gebouwd. 


Prefabhuis

Een cataloguswoning. Het huis wordt in delen in de fabriek gebouwd en op de bouwplaats in elkaar geschroefd.  


Schakelwoning

Dat is net geen vrijstaande woning, maar een huis dat aan de buren verbonden is door een garage of schuur.  


Split-levelwoning

Een huis dat voor een deel uit één woonlaag bestaat en voor een deel uit twee woonlagen.  


Studio

Een klein appartement dat uit één kamer bestaat. Kleine broer van de loft. 

Twee-onder-een-kap

De wensdroom van veel Nederlanders. Twee huizen onder één gezamenlijke kap in een bomenrijke omgeving. Meestal zijn de woningen elkaars spiegelbeeld, maar niet altijd.  


Vinex-huis

Bij de start van Vinex werd het in de architectenwereld vaak afgeschilderd als te saai en te klein. Tegenwoordig steeds meer icoon van de nieuwe architectuur.