Oosterse woonstijl

Was tien jaar geleden feng shui nog omringd met een zekere mate van hocus pocus, inmiddels heeft de oosterse filosofie zich met één been in de westerse geworteld. Om het interieur een oosters karakter te geven, hoef je niet gelijk met wierook en boeddha’s aan de slag. Meer dan door het plaatsen van de typische accessoires, uit deze stijl zich in harmonie en natuurlijk evenwicht. 

Harmonie en natuurlijk evenwicht bereik je door een evenwichtig en ingetogen kleurgebruik, een bewuste indeling van de ruimte en een aantal kenmerkende materialen. Steen, bamboe, hout, katoen, papier; het zijn voornamelijk natuurlijke materialen die je hier zult aantreffen. De Oosterse stijl straalt rust en evenwicht uit en staat in nauwe verbinding met de elementen – water, aarde, vuur, lucht – en is vooral puur en ‘zen’. Naast het voor de hand liggende wit zie je veel grijstinten en zwart, met accenten van bruin, rood, paars, aqua of groen. Het leuke aan deze basis is dat met een kleine wijziging in de accentkleur de ruimte totaal te veranderen is.

Japan: less is more

Je kunt een aantal subcategorieën definiëren in de oosterse woonstijl. De Japanse stijl munt uit in subtiliteit, esthetiek en finesse. Japanners zijn grootmeesters wat betreft de uitspraak ‘less is more’. Een Japans interieur betekent helderheid, eenvoud en soberheid, en minutieus uitgewerkte details. Terug naar de essentie, met ongecompliceerde vormen en respect voor het materiaal. Het kleurenpalet is beperkt: naturel met overwegend wit, grijs en zwart, waardoor ‘doodgewone’ lichtinval een spel van contrasten wordt.

Een goede start is om meubels die je al hebt – mits ze een enigszins ingetogen karakter dragen - te combineren met een aantal typische Japanse-stijlobjecten: tatami matten, futons, banken van (ongebleekt) katoen, een wollen grijze sprei, kussens van ruwe zijde, houten meubels van licht essen of donker berken, bamboe shutters en (rijst)papier. Ook aluminium of transparant plastic kunnen – let er wel op dat de vormentaal helder en sterk is. Dus kies liever voor een kubusvormige vloerlamp, dan een amorfe fantasievorm. Spelen mag, als het eindresultaat maar sereen is.

China: dieprood, zwart en donkerbruin

Wil je het wat weldadiger, dan kies je voor het rijkere dieprood, zwart en donkerbruin uit het naburige China. Ook okergeel, jadegroen en saffierblauw zijn typisch Oosterse kleuren. Gebruik ze in combinatie met velours en fluweel, leer en zijde. Rood staat symbool voor vuur en creatie – wie kent niet de vaak rode Chinese bruidskasten? In combinatie met een warme, diepbruine parketvloer (visgraat?) geef je je woning een artistieke uitstraling. Patronen variëren van geometrische eenvoud (denk aan een ying en yang, of een subtiel lijnenspel van strepen en stippen) tot figuratieve hoogstandjes - met verwijzingen naar de planten- en dierenwereld - en kaligrafische kunstwerken.  

Spiritualiteit en tot rust komen

Meer dan alle eerdere woonstijlen is de Oosterse stijl een levenswijze. Een Oosters interieur past goed bij wie ontvankelijk is voor spiritualiteit, zoekt naar de essentie in dingen en een pure woonomgeving ambieert. Wie in zijn huis vooral tot rust wil komen. Wie houdt van de natuur, en oog heeft voor details. En wie het lef heeft om consequent overdadige spullen naar zolder te verhuizen en rommel uit huis verbant. Tenminste, als je Qi-garanties wilt (Qi: de adem, levenskracht, vitale energie, spirituele energie die deel uitmaakt van alles wat bestaat).

*Wallpapers van Brandeis


Tot slot: Feng Shui

Feng Shui (letterlijk ‘wind en water’) houdt zich bezig met de energie in de ruimte, en hoe deze zo optimaal mogelijk is. Alles is in deze leer gericht op harmonie en natuurlijk evenwicht, zodat onze levenskracht (Qi) vrij kan stromen. Herplaatsen en herindelen van meubels: je kunt het natuurlijk zelf doen - met een handboek erbij - maar tegenwoordig zijn ook er tal van interieurontwerpers die een consult aan huis geven.