De saaie en eentonige architectuur van Vinex-wijken, die de afgelopen 10 jaar rond de grote steden verscheen, zorgde voor een tegenreactie: het wilde wonen. Zelfs de politiek trok zich de kritiek aan, één op de drie Vinex-huizen moest wild worden. Vinex is nu bijna af. Maar ook wild genoeg?
Leidsche Rijn, Ypenburg, en vele andere Vinex-locaties moesten eind 20e, begin 21e eeuw dé oplossing worden voor de krappe woningmarkt. En voor alle Nederlanders die toch het liefst een huis met een tuin wilden en geen klein balkon.
De nieuwe bewoners vonden het prachtig, die namen het ontbreken van wegen, winkels en scholen op de koop toe. Maar in architectuurland was het meteen hommeles. Architecten vonden de Vinex-stijl een saus die stedenbouwkundige armoede verdoezelde. Zelfs projectontwikkelaars klaagden dat Vinex-locaties gericht waren op aantallen en niet op creativiteit.
Architect Carel Weeber werd het boegbeeld van het wilde wonen. Weeber was onder andere architect van de omstreden Zwarte Madonna in Den Haag die dit jaar is gesloopt. Hij wilde af van de knellende voorschriften van het Bouwbesluit (de bijbel van bouwend Nederland) en vond vooral medestanders onder architecten.
"Architecten zijn behangers geworden"
In de Tweede Kamer kreeg hij steun van Adri Duivesteijn, ooit directeur van het Architectuurinstituut, nu wethouder van Almere en nooit vies van een oneliner: "Architecten zijn behangers geworden", "het Bouwbesluit is een terrorisering van het bouwproces", of "breek de macht van de instituties en geef macht aan de mensen". Duivesteijn zette zich af tegen de strakke regels en de eenvormigheid van het bouwen in Nederland. Hij kreeg ook voor elkaar dat het kabinet in een nota vastlegde dat 30% van alle nieuwbouw gebouwd moest gaan worden volgens de principes van particulier opdrachtgeverschap: zelf een huis bouwen, of laten bouwen en helemaal zoals je zelf wil. Dus niet volgens de standaardmaten van projectmatige gebouwde huizen.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er in de afgelopen 5 jaar zo’n 35.000 huizen gebouwd volgens de principes van het particulier opdrachtgeverschap. Dit is lang geen 30% van de in totaal 750.000 nieuw gebouwde woningen. Het CBS weet dat er in 2006 bij 320.000 mensen de wens leeft om zelf een huis te bouwen. 'Verhuisgeneigden met belangstelling' voor particulier opdrachtgeverschap, noemt het CBS deze fans van wild wonen.
Friso de Zeeuw, directeur nieuwe markten van het Bouwfonds, gelooft hier helemaal niets van. “Er zijn liefhebbers, maar ik denk dat mensen zich niet realiseren wat er allemaal bij komt kijken als ze zelf opdrachtgever zijn. Als je een cataloguswoning laat aanrukken, valt het wel mee. Maar waarin verschilt zo’n huis van een huis dat op de normale manier wordt gebouwd?”
"Architectuur, daar hechten mensen over het algemeen niet zo aan. Als ze kiezen, kiezen ze meestal voor traditioneel"
Is de Vinex klaar? “Nee, sommige locaties zijn af. Ongeveer 20% moet nog gebouwd worden. Na de Vinex-wijken zijn er een heleboel nieuwbouwlocaties bijgekomen. Daar zal meer variatie in architectuur zijn dan in de Vinex-tijd. Maar het overgrote deel is projectmatige bouw. En de woonconsument? “Wensen van mensen zijn vaak overzichtelijk. Functionaliteit, veel ruimte, dat is het belangrijkst. Architectuur, daar hechten mensen over het algemeen niet zo aan. Als ze kiezen, kiezen ze meestal voor traditioneel”, zegt Friso.
Ondertussen blijkt het wonen in een Vinex-wijk best mee te vallen. In het boek 'La vie Vinex' van bewoner Toine Heijmans kun je alles lezen over heipalen, pioniersmentaliteit, de ideale schuttinghoogte en ondernemersgeest. Over clubgevoel, planschade en de juiste school voor je kinderen. Maar ook over loze beloftes en verloren illusies, de oprukkende stad, de eerste graffiti en de eerste emigranten (€ 16,90 bij bol.com).
Je mag in totaal niet meer dan 10 foto's hebben.Verminder het aantal toe te voegen foto's en probeer het opnieuw.